Home

Over Petra...

Nieuws

Contact

Links

 

Publicaties van Petra’s pen

De verdwenen smaak van melk

publicatie in 'Seizoener' (PDF)

Natuurvoedingskundige Marjan Vijn doet aan 'waarnemend eten'

publicatie in 'Seizoener' (PDF)

brochure vitale kindervoeding in het eerste levensjaar

ABC Opvoedwijzer 3

In gesprek met een banaan

publicatie in 'Bouillon Magazine'

Eiland bij Frankrijk

publicatie in 'Woord en Gebaar'

Melk

column in 'Antrovista'

Kan je een elastiekje horen?

publicatie in 'Woord en Gebaar'

De bijenverdwijntruc

column in 'Antrovista'

Brons houdt me aan de gang

publicatie in 'Woord en Gebaar'

Eten is luisteren, verteren is praten

column in 'Antrovista'

Stralend / Hoe veilig is de magnetron?

column in 'Antrovista'

Eerste zwemles

column in 'Woord en Gebaar'

Welke weg? / mét of zonder CI

column in 'Woord en Gebaar'

Zeemeerminnen en paarden

column in 'Woord en Gebaar'

Naast genoemde specialiteiten sta ik open voor een breed scala aan onderwerpen en soorten opdrachten. Ook brochures en website teksten behoren tot de mogelijkheden.

Eiland bij Frankrijk

Op dag drie van onze vakantie arriveren we aan de kust, ergens in midden Frankrijk. We zetten onze tenten op aan de rand van de camping met uitzicht over zee. Ik vertel Tonja dat de golven tegen de rotsen slaan en dat je daarom hier dag en nacht de zee hoort.
In de verte zien we een eiland. L’ile de Noirmoutier. Met eb stijgt er een weg op uit het water en kun je er met je auto naar toe rijden. En als je terug wil moet je wachten tot het opnieuw eb is. Tonja kijkt dromerig naar dat eiland en zegt dat ze graag op een eiland wil wonen.
Mooi beeld voor de dovenwereld denk ik. Zo’n eiland; op sommige momenten en op sommige gebieden, makkelijk bereikbaar voor horenden en op andere momenten moeilijk of niet toegankelijk. Zo ervaar ik het als moeder tenminste. Soms verloopt onze communicatie vloeiend en heb ik het gevoel op één lijn te staan met mijn dochter. Op andere momenten lijkt, ondanks dat ik goed genoeg gebaar, mijn toegang tot haar wereld ondergelopen. Soms geeft dat grappige situaties en op andere momenten maakt het me verdrietig.
Zo hebben we regelmatig last van ‘naamgebaarverwarringen’. In onze omgeving hebben wij mensen met onder andere de volgende naamgebaren: BOEK, FIETS RIDDER, RENNEN, STOER, VERPLEEGSTER en ZAGEN. Wanneer Tonja uit school met Sifra (wiens naamgebaar FIETS is, omdat ze op wielrennen zit) wil spelen en ze gebaart een beetje slordig, IK FIETS SPELEN, dan kan het onhandig lang duren tot ik begrijp dat ze met Sifra wil spelen in plaats van met haar fiets.
Of die keer toen ze gebaarde: HOESTEN VAN BOEK GEKREGEN. Pas veel later begreep ik dat ze bedoelde dat Job (BOEK) haar met de kinkhoest besmet had.
Terug naar de vakantie. We zijn op weg naar Zuid Frankrijk. Ik rijd. Pepijn zit naast mij. Op onze voorruit plakt Tom Tom. Hij leidt ons met zijn rustige, standvastige en overtuigende stem probleemloos door Frankrijk. Tonja heeft de achterbank tot haar eiland gemaakt met haar tassen met boeken en het poppenbed met de barbies. Af en toe zie ik haar een boekje pakken of iets tegen de poppen gebaren, maar het grootse deel van de tijd kijkt ze naar buiten.
Ik vertel Tonja dat ik tijdens het rijden niet kan gebaren, omdat ik op de weg moet letten. Als ze iets wil vertellen moet ze Pepijn roepen en die zal het dan voor mij tolken. Pepijn die het thuis vaak vermoeiend vindt om met Tonja te gebaren, begrijpt door de ernst van de verkeerssituatie, dat hij niet onder mijn verzoek uit kan. En iedere keer wanneer Tonja roept: Pepaaain!: DORST, Pepaaain!: HOELANG RIJDEN? (vraagt ze vaak), Pepeaaaain!: WC!, Pepaaaain!: ONWEER! vervult hij trouw zijn taak; keurig getolkt krijg ik Tonja’s berichten door.
In Zuid Frankrijk bezoeken we een vriendin. Zij is getrouwd met een Fransman. De communicatie aan tafel is topsport: van Engels naar gebarentaal naar Frans naar Nederlands en weer terug. Maar omdat we vooral blij zijn en het interessant en spannend vinden elkaar te ontmoeten, nemen we de communicatiebarrières voor lief.
Nog even over dat eiland. Er zijn veel momenten waarop ik mij als moeder gedraag als de weg die het eiland aan het vaste land wil knopen. Zoals bijvoorbeeld gisteren in het audiologisch centrum. Het blijft tobben met die piepende hoorapparaten en Tonja heeft nog steeds geen hechte band met haar toestellen. ‘Op school is het geen probleem, maar thuis heeft ze ze het liefst uit’, vertel ik weer eens eerlijk aan de audioloog. Op een gegeven moment zegt hij tegen mij. ‘Mijn droom is dat Tonja haar hoorstoestellen vaker gaat dragen’. ‘WAT?’ zegt Tonja. Ik tolk, niet geheel correct; HIJ DROOMT OVER JIJ VAKER HOORTOESTELLEN DRAGEN’ Tonja kijkt eerst mij en daarna hem oprecht verbaasd aan en vraagt: ‘WAAROM JIJ DROOM DAAROVER? ‘Ik wil graag dat jij meer gaat horen’ zegt hij. WAAROM?, vraagt Tonja. Ik weet niet meer wat hij daar op antwoordde, maar het was wel bevredigend denk ik, want er kwamen geen vragen meer. Eén ding is duidelijk; het eiland vindt andere dingen belangrijk dan het vaste land.

[terug]

Melk

Mensen lijken het te vergeten, dat de liefdesdrank der liefdesdranken was en nog steeds is: Melk. Onvoorwaardelijk en onbaatzuchtig geschonken door de moeders der aarde.
Qua samenstelling onwaarschijnlijk nauwkeurig aangepast op de behoeften van zich ontwikkelende zuigelingen en geïmpregneerd met veel levenskracht en moederliefde. Veel grootser dan alleen een ‘witte motor’.

De laatste decennia heeft onze koeienmelk nogal wat veranderingen ondergaan.
De aanleiding van die veranderingen is het feit dat in rauwe melk allerlei vieze dingen kunnen zitten, zoals listeria of campylo bacter bacteriën. Die bacterien kunnen mensen met een verzwakte weerstand ziek maken. Om die reden wordt tegenwoordig alle melk gepasteuriseerd, dat wil zeggen 15 seconden verhit op 72 graden Celsius. Dat is wettelijk verplicht. Het is bekend dat dezelfde bacterien bij gezonde mensen het immuunsysteem op gepaste wijze uitdagen en daarmee de weerstand juist versterken.
Dan is er nog de UHT behandeling die houdbare melk heeft ondergaan. Deze melk wordt 2 seconden op 138 graden gebracht waarna alle levende substanties gedenatureerd zijn.

De hitte van 72 graden Celsius doodt niet alleen deze ‘schadelijke’ bacteriën, maar ook de gezondmakende vitaminen, enzymen en bacteriën. De gezonde enzymen zoals galactase, fosfatase en lipase, die van nature in melk zitten helpen de maag en darmen bij de vertering. De gezonde bacteriën o.a. lactobacillus acidophilus, zorgen ervoor dat schadelijke bacteriën (zoals. E.coli) geremd worden in hun groei.

Na het pasteuriseren wordt de melk gehomogeniseerd; het wordt met kracht, door een metalen plaat met minuscule gaatjes geperst. Het gevolg is dat de natuurlijke vetbolletjes, de roomlaag, kapot geperst wordt en als hele kleine losse vetdruppeltjes oplost in de melk. Homogeniseren is niet verplicht en Biologisch Dynamische melk wordt niet gehomogeniseerd vanwege het verstoren van de natuurlijke melksamenhang door dit proces.

Een blik in de bio-industrie leert ons dat veel koeien extra BST, een van nature aanwezig groeihormoon, krijgen toegediend. Dit hormoon jaagt de melkproductie op tot grote hoogten. Het overmatige melken maakt dat veel koeien last krijgen van uierontsteking, mastitis. Om dit te genezen gebruiken ze antibiotica. Het gevolg hiervan is dat veel melk resten groeihormoon en antibiotica bevat.

Al met al is de melk van nu is een heel andere dan de melk van een halve eeuw geleden, ook al omdat de koeien een heel ander soort (kracht)voer krijgen.
En de kinderen van nu zijn ook heel andere kinderen dan de kinderen van een vijftig jaar terug. Veel van hen kunnen geen melk meer verdragen. Ze zijn lactose-intolerant geworden of hebben een koemelkeiwit allergie.

Zou er een samenhang zijn? Is het de gestresste, geperste en gekookte melk één (van de) aanleiding(en) die ze allergisch maakt?
Een Engels onderzoek laat zien dat bij boerenkinderen die nog wel steeds rauwe melk drinken koemelkallergie amper voorkomt. Een ander onderzoek toont aan dat eczeem verdwijnt door het drinken van rauwe melk.
Mensen gaan heel ver in het beheersen van hun angsten, in het vermijden van risico’s in het verzekeren van hun veiligheid.
In dit geval van melkbewerking gaat dat dus ten koste van de hoogstaande levenskracht die rauwe melk bezit.
Gezonde kinderen en gezonde mensen hoeven niet bang te zijn voor rauwe melk. Het is de moeite waard om te kijken of er bij u in buurt een biologische boer is die u van deze onbewerkte witte oerliefdeselixer kan voorzien.

[terug]

Kan je een elastiekje horen?

Tonja houdt zich meer dan ooit met geluiden bezig de laatste tijd. Ze geeft aan dat ze dingen hoort zoals: het gerammel van het bestek in de bestekbak, het vertreksein van de trein, de stofzuiger en de piano. Ook de blokfluiten van haar twintig horende klasgenootjes op de school waar ze op woensdag integreert hoort ze. NIET MOOI, gebaart ze tegen de tolk en kijkt er vies bij.
Ze houdt een elastiekje tussen beide wijsvingers en duimen en rekt het een paar keer uit. MAMA ELASTIEKJE HOREN KAN? NEE, antwoord ik KAN NIET HOREN, MAAR ZÓ KAN. Ik trek het elastiekje strak en pingel erop met mijn middelvinger. Tonja lijkt oprecht verbaasd ZÓ HOREN KAN?
Wanneer we ’s middags Melchior van de BSO halen, moeten we altijd bij een dichte deur aanbellen. Je moet dan wachten op de zoemer tot je de deur uit het slot kan duwen. Tonja vraagt mij hoe de deur plotseling tòch open kan. Ik leg uit dat ik een geluid hoor en daardoor weet dat de deur open is. Ik vertel er gelijk bij dat dit soort deuren voor dove mensen erg lastig is. Tonja knikt. Ze vraagt HOREN, NAAM? Ze bedoelt: wat is het voor soort geluid, wat is de ‘naam’ van het geluid? Ik zeg dat ik dat moeilijk uit kan leggen. Het geluid lijkt op het geluid van de telefoon zeg ik. Tonja knikt begrijpend.
Jarenlang dachten we dat Tonja helemaal niets hoorde. Jarenlang had Tonja een hekel aan haar hoortoestellen en als het even kon zette ze die uit. Jarenlang klooiden we met oorontstekingen en met piepende oorstukjes.
Die fase lijkt nu achter ons. De oorstukjes passen goed en piepen een stuk minder. Ze kunnen nu zelfs op stand drie. De oorontstekingen zijn voorbij en Tonja heeft zich aan haar toestellen overgegeven. Haar enige wens op dit gebied is nieuwe rode toestellen.

En Tonja begint heel langzaam, maar steeds vaker, klanken die op woorden lijken te communiceren. De klinkers kloppen, maar helaas kunnen leken er nog weinig van maken zonder de juiste medeklinkers.
Een tijd geleden had de juf van de horende school een maan op het bord getekend. Het was stil in de klas, want juf was iets aan het uitleggen. Plotseling zei Tonja: maan. Iedereen keek haar verbaasd aan. Een meisje liep zelfs naar Tonja toe en zei dat ze trots op haar was. Tonja keek vragend naar de tolk die weer moest vertalen wat dat meisje zojuist tegen haar zei.

Iedere avond oefenen we een paar woordjes. Tonja kan de woordjes al wel lezend uitspreken, maar vindt het moeilijk de uitspraak te onthouden. Al weken oefenen we met Ananas. Als lezend kan ze het woord goed verstaanbaar uitspreken. Wanneer ik het woord bedek, vindt ze het bijzonder moeilijk het exacte aantal lettergrepen te bepalen. ANANANANAS zegt ze.
Ook oefenen we korte zinnetjes: PEPIJN IS EEN AAP, MÈL (Melchior is onuitspreekbaar) IS EEN AAP, PAPA IS EEN AAP en OPA IS EEN AAP (heel leuk om door de telefoon te zeggen).
En zo zwoegt ze wat af. Ik vraag mij regelmatig af of het ooit verstaanbaar Nederlands zal worden, maar gezien de dagelijkse kleine vorderingen houd ik moed.
Soms zegt ze zomaar spontaan iets zoals pas bij oma op de achterbank van de auto toen ze een grote witte vrachtwagen van VOS inhaalden. VÓS! schreeuwde Tonja.
Of ze roept LEEEAPEL!, wanneer ik die vergeten ben te dekken.
We moeten nog wel wat aan het volume doen.
Tonja wordt zich steeds bewuster van het feit dat ze (nog) niet kan praten. Vandaag vertelde ze over de gymles op school. De dovengroep en slechthorende groep hebben samen gym. LEUK? Vraag ik. SLECHTHORENDE KINDEREN VEEL PRATEN, PRATEN PRATEN, NIET LEUK! Gebaart Tonja boos.

Gelukkig kan je gewoon gebaren door de beeldtelefoon, die na meer dan een jaar aanvragen gisteren eindelijk bij ons is aangesloten….En nu nog een heleboel andere dove kinderen die ook zo’n ding gaan aanvragen via hun ziektenkostenverzekering…. maar dat is weer een heel ander verhaal.

[terug]

De bijenverdwijntruc

Afgelopen winter zijn er veel bijen verdwenen. Niemand weet waar naartoe; imkers treffen hun kasten leeg aan en daarom noemen sommigen het de ‘verdwijnziekte’. In Amerika noemen ze het CCD, Colonial Colapse Disease; de ziekte van het ineenstorten van complete bijenvolken. Normaal gesproken overleeft zo’n twintig procent van de bijenvolken de winter niet. In het voorjaar van 2008 is in sommige gebieden, bij de grote imkerijen en vooral in Amerika, zeventig procent van de bijen verdwenen.
Als het zo doorgaat zou dat kunnen betekenen dat er een ramp voor de deur staat. Bijen zorgen door hun af en aan bezoeken aan bloemen voor de bevruchting van een groot deel van de vruchtbomen en voedingsgewassen. Zonder bijen weinig bevruchting , waardoor de oogsten in rap tempo terug zullen lopen. Einstein rekende eens uit dat zonder bijen de mensheid nog vier jaar te gaan heeft.
Als je je gaat verdiepen in de wereld van de bijen, gaat er een grote wonderbaarlijke wereld open. Een bijenvolk is, uiterst goed, georganiseerd rond haar kloppende hart; de bijenkoningin, de grootste en mooiste bij tussen zo’n dertigduizend dieren waaruit een bijenvolk gemiddeld bestaat. Eéns in haar leven maakt zij haar ‘bruidsvlucht’. Tijdens die vlucht ontvangt ze van die darren, de mannetjesbijen, die het hoogst kunnen vliegen zoveel zaadcellen dat ze er een heel leven mee toe kan. Met die zaadcellen bevrucht ze haar werksters. De werksters, de bezigste bijtjes, doen hun hele leven niets anders dan werken. Voor een theelepel honing vliegen ze samen zo’n 2000 kilometer met onderweg een miljoen bloemlandingen.
En net zoals in andere bedrijfstakken zijn ook de grote imkerijen wat doorgeschoten in hun efficientie-denken. Honing moet er geproduceerd worden! De honingbij als melkkoe. Om invloed te hebben op de stamboom krijgt de koningin ‘ideaal’ en de laatste jaren ook genetisch gemanipuleerd darrensperma geïnsemineerd. Selectie is volgens kenners van belang, nu er, noodgedwongen, veel meer in woonwijken en druk bezochte natuurgebieden wordt geïmkerd. Om die reden wordt er geselecteerd op zachtaardigheid en zwermtraagheid, maar ook op resistentie tegen ziekten.
Bijen hebben sinds de jaren tachtig namelijk last van varroamijten en ook van de bestrijdingsmiddelen tegen deze vernietigende beestjes. En verder hopen zich resten pesticiden, waar veel bloemen mee bespoten zijn, op in de bijenlijfjes. Imkers voeden hun volken in de winter met suikerwater in plaats van met honing en ze gebruiken kunstraten van lichaamsvreemd plastic.
Het lijkt erop dat de bijen er genoeg van hebben. Moe, uitgemolken en vervuild als ze zijn staken ze hun werk en vertrekken!
Kleinschalige hobbyimkers en biologische imkerijen in natuurgebieden gaan uit van hun bijen; ze doen hun best zo bijenvolkvriendelijk mogelijk te imkeren. Zij hebben de afgelopen winter geen last gehad van de ‘verdwijnziekte’. En daarom is er hoop. Die hoop blijft en groeit wanneer u voortaan biologische honing koopt.

[terug]

Brons houdt me aan de gang

Aan de rand van Noordeinde, een klein dorpje bij Kampen, woont Jasper van den Brink, beeldend kunstenaar. Zowel de voorkant als achterkant van zijn huis geven vrij uitzicht op de velden en uiterwaarden van de IJssel. Jasper (30) woont hier, met uitzondering van zijn studententijd, al zijn hele leven.

Tijdens zijn 25e levensjaar veranderde het leven van Jasper dramatisch. Al sinds zijn geboorte draagt hij de genetische aandoening NF2 bij zich. Daardoor bestaat er de kans dat zich tumoren en gezwellen kunnen vormen langs de banen het centrale zenuwstelsel. Tot zijn 20e was hij zich hier niet van bewust. Zijn leven verliep voorspoedig. ‘Ik was een ondernemende en creatieve jongen en veel met muziek bezig’. Tussen zijn 20e en 25e ontstonden wat kleine probleempjes totdat hij op zijn 25e evenwichtsstoornissen kreeg en hij plotseling doof werd. Tijdens een operatieve poging zijn gehoor te redden raakte daarna zijn gezicht gedeeltelijk verlamd. Alles wat hij tot dan toe gedaan had bleek zinloos: de jaren dat hij Frans en Russisch studeerde aan de opleiding Tolk Vertaler, zijn hobby om liedjes te schrijven en zijn studie aan de Toeristische school in Breda. Jasper werd afgekeurd en vroeg zich af wat hij met de rest van zin leven aan moest. Zijn vrouw ging uit werken en zijn lot als huisman gaf hem maar zeer beperkt voldoening. Na een moeilijke en schijnbaar uitzichtloze periode kwam hij weer uit bij zijn verlangen om iets eigens te maken, iets te creëren. Hij wilde kunstenaar worden. ‘Uit alle mogelijke beeldende kunstvormen koos ik het maken van bronzen beelden omdat de techniek mij aansprak. Het is geen gemakkelijke techniek, maar de vele mogelijkheden en de uitdagingen en ook de verassingen die het materiaal biedt spreken mij aan’. Omdat zijn communicatiemogelijkheden met horenden erg klein geworden waren was het volgen van een cursus geen optie. Alle informatie over het proces van bronsgieten haalde hij uit boeken en van Internet.

Jasper laat me één van zijn eerste werken zien: een gong. Een bijzonder object voor een dove kunstenaar. Hij laat mij de gong horen. ’Een hoog geluid hè?’ zegt hij. Klopt. Ik hoor een mooie hoge klank die nog een tijdje naklinkt. Jasper kwam op het idee om een gong te maken door zijn herinneringen aan Borneo. Voordat hij doof werd woonde hij daar een half jaar. Hij had er een goede tijd. De gong speelt een belangrijke rol in de Indonesische cultuur en niet alleen als klank instrument. Vroeger gebruikten de volksstammen de gong om boze geesten te verjagen. In onze tijd is bekend dat de niet hoorbare trillingen van een gong een geneeskrachtige werking hebben. Er bestaat zelfs klanktherapie met gongen. Jasper maakte een apparaat met mallen waarmee hij uit klei of was een gong kan snijden. Hij maakte een hele serie gongen. Sommige daarvan voorzag hij van Chinese tekens die de cyclus van het leven, dat uit liefde voortkomt, symboliseren. Het maken van de gongen gaf hem veel voldoening. De voor en achterkant van het schuurtje waarin hij werkt heeft hij een heelal gemaakt. Op de voorkant symboliseert een grote gong de zon. Op de achterkant is een iets kleinere gong als maan vastgemaakt. Andere sterren en planeten zijn van stukken afvalmateriaal gemaakt. Later ging hij ook andere dingen maken. Jasper laat mij zijn ‘love in motion’ zien. Een ontroerend beeld van twee zwaluwtjes op een rietstengel die constant in beweging is. Hij maakte beelden van vogels en vereeuwigde ook bloemen uit de tuin in brons. Tussendoor maakt hij in opdracht van vrienden in brons gegoten naambordjes.
Jasper bouwde achter in zijn tuin, naar eigen ontwerp, een oven. ‘Daarin smelt ik de was uit de mal. Het bronsgieten doe ik niet zelf. Gezien mijn evenwichtsstoornissen is dat een te risicovol karwei. Ik breng de mallen naar de bronsgieterij en krijg de ruwe beelden terug. De beelden vragen daarna nog veel bewerking, afslijpen, schuren en patineren om tot een eindresultaat te komen. Als een beeld uiteindelijk echt af is krijg ik daar een enorme kick van.

(gepubliceerd in Woord en Gebaar)

[terug]

 

Eten is luisteren, verteren is praten
in gesprek met een aardbei

Neem een aardbei. Welke kleur heeft ze? Wat zijn haar afmetingen en welke vorm heeft ze? Hoe voelt ze tussen de topjes van je vingers? Ruikt ze? Neem haar in je mond. Wat voel je? Hard, zacht, ruw of glad? Bijt er eens in en laat je tong langs het vruchtvlees gaan………..hoe smaakt ze? Zacht, zoet en sappig? Of juist stevig, neutraal en waterig?

Grote kans dat op dit moment je darmen in beweging gekomen zijn.
Hoe sterker en aandachtiger je deze aardbei met al je zintuigen in je verbeelding geschapen hebt hoe meer je darmen zijn gaan werken.

Wetenschappers ontdekten dat de spijsvertering direct reageert op de waarneming van voedsel. En die reactie is niet standaard, maar heel nauwkeurig aangepast aan het soort eten dat in aantocht is. Als je je mond opent en een aardbei op je tong legt, dan zijn de darmen al druk bezig zich voor te bereiden op dit heerlijke bezoek. Ze produceren nauwkeurig afgepaste hoeveelheden aardbeiverteringssappen waarin de aardbei-specifieke verteringsenzymen aanwezig zijn.

Maar wat gebeurt er nu als je aardbeienyoghurt, aardbeienkwark of aardbeienbavarois eet zonder aardbeien maar mèt aardbeiengeur-, kleur- en smaakstoffen?
De spijsvertering bereidt zich voor op echte aardbeien. De aardbei-eigen verteringssappen sijpelen de darmen binnen en wachten vol vertrouwen op een aardbei. Die niet komt. In plaats daarvan komen kleur-, geur- en smaakstoffen. Dat hadden de darmen niet verwacht. Daar moeten ze eens goed op gaan oefenen. Wanneer er over een langere periode geen echte aardbeien komen, is de kans groot dat de darmen de sappenproductie staken. Mocht er onverhoopt toch een echte aardbei langskomen dan weten de darmen niet meer hoe te reageren. De aardbei wordt niet goed verteert en dat voel je dan als buikpijn, luchtvorming, diaree of obstipatie. Een allergische reactie kan ook.

Een goed gesprek komt van twee kanten. Door ons eten goed waar te nemen en door ‘eerlijke’ voeding te consumeren spreken wij duidelijke taal naar onze spijsverteringsorganen. Die kunnen daar passend op reageren en dat komt onze gezondheid ten goede.


Petra Essink, voedingskundige.

(Column in Antrovista)

[terug]

Stralend
Hoe veilig is de magnetron?

Er straalt van alles in ons leven. Onze trouwste straler, de Zon, heeft de afgelopen decennia gezelschap gekregen van een heel stel andere stralingsbronnen zoals radio- en TV golven, röntgen, satelliet straling, mobieltjesstraling etc. Ook de stralen in de magnetron zijn de meeste huishoudens binnengegolfd.
Na enig speurwerk op internet neig ik tot de conclusie dat niemand eigenlijk precies weet wat straling is. Er zijn discussies of de straling nu uit onmeetbare kleine deeltjes materie (fotonen) bestaat of uit immateriële golven. De meeste experimenten ‘tonen aan’ dat straling werkelijk uit golven bestaat.

De golven zelf kan je niet zien maar wel kun je het aantal trillingen per seconde meten.

Ter illustratie:
 

Trillingen per seconde

Zon

4000-75000 Hertz

Radio/TV

3 – 30 miljoen Hertz

Magnetron

3 miljard Hertz

De Magnetron spant de kroon met maar liefst 3 miljard trillingen per seconde.
Het is moeilijk voor te stellen, maar probeert u het eens. Binnen één minuut: 60 maal 3, is 180 miljard trillingen door je beker melk!
In tegenstelling tot de zon produceert de magnetron golven in verschillende richtingen. Hierdoor worden de watermoleculen en ionen in het voedsel op een chaotische manier heen en weer getrild. Hierdoor ontstaat warmte.
Uit onderzoeken blijkt dat water een fotografisch geheugen heeft. Het houdt de frequentie van allerlei vormen van straling voor langere of kortere tijd vast. Een menselijk lichaam trilt/straalt ook en wel op 7,83 Hertz. Hoog energetisch geladen voedsel (uit de magnetron) veroorzaakt een grote energetische disbalans en noodzaakt het lichaam dit weer in evenwicht te brengen. Dit kost veel kracht en energie. Na het eten van magnetronvoedsel vindt men aanmerkelijk meer witte bloedlichaampjes (verdedigers, opruimers) in het bloed. Veelal zijn deze lichaampjes misvormd. Dit bloedbeeld is kenmerkend voor de eerste fase van het ziekteproces van mensen die aan kanker lijden. (onderzoek door dr. H. U. Hertel).
Veel vitaminen en andere voedingsstoffen zijn veranderen na een ‘magnetronbehandeling’ van vorm. De veranderde stoffen zijn moeilijker verteerbaar.
Het grote verschil met gewoon koken is dat je met de magnetron niet van buitenaf opwarmt maar van binnenuit Halverwege de vorige eeuw al deed dr. Hauschka proeven met verschillende kookmethoden. In pannen van verschillend materiaal kookte hij gedistilleerd water. In dat water liet hij vervolgens tarwekorrels ontkiemen. Er waren grote verschillen. Hij kwam tot de conclusie dat de levenskracht (zie vorige column) van het voedsel het best bewaard blijft wanneer je het kookt op een houten vuurtje in en gouden pannetje. Sparen maar!

(Column in Antrovista)

[terug]

Eerste zwemles

22.00 Ik smeer alvast boterhammen en vul een drinkbeker en doe ze in de zwemtas. Net zoals Tonja’s nieuwe rose badpak. De schooltas maak ik ook vast klaar.
6.15 De wekker gaat. Ik til Tonja uit bed. Ik zet haar op de bank naast haar kleren. Eerst spartelt ze nog tegen maar zodra ik gebaar dat we naar zwemles gaan kleedt ze zich snel aan.
6.40 We staan buiten en lopen naar het fietsenhok. Het is nog donker maar er is genoeg licht om te gebaren. Het is stil op straat. We zien de sterren. We fietsen richting zwembad.
6.50 We arriveren bij het zwembad. Er staat een hele rij kinderen met vader of moeder voor de kassa. We wachten op onze beurt. Tonja krijgt een mooie zwemtas en ik koop een 10-lessenkaart. De juffrouw achter de kassa wenst Tonja veel plezier. Ik zeg tegen Tonja dat ze dankjewel moet gebaren. Tonja gebaart braaf dankjewel. Ik zeg tegen de juffrouw dat Tonja doof is. De juffrouw lacht een beetje onhandig maar wel lief naar Tonja.
6.55 We komen de kleedkamer binnen. We zoeken een plekje. Ik help Tonja met uitkleden. Trots trekt ze haar nieuwe badpak aan. Ze stopt nog even snel de handdoek, boterhammen en drinkbeker in haar nieuwe tas. Ik besef dat niemand hier weet dat Tonja doof is. Ik verzamel moed en vraag om aandacht. Het wordt helemaal stil in de kleedkamer. Ik zeg: ‘Mijn dochter Tonja is doof, het is wel handig dat u dat weet. Misschien kunt u het ook aan uw kind uitleggen zodat zij ook weten dat ze doof is. Ze heet dus Tonja en ze heeft een naamgebaar dat gaat zo (….). De meeste mensen proberen het gebaar na te doen en zeggen iets tegen hun kind in de trant van: ‘dat meisje is doof en ze heet zo… (gebaar).’Ik zie veel kinderen een poging doen tot het maken van het naamgebaar. Het liefst zou ik er nog achteraan zeggen: ‘en voor 6 euro 95 kunt u bij de boekhandel een klein gebarenwoordenboekje kopen. Het zou fijn zijn wanneer u samen met uw kind de gebaren leert.’ Ik houd me in.
6.59 De badjuf komt binnen. Haar heb ik al eerder ingelicht over Tonja’s doofheid. Ze houdt een verhaal over de gang van zaken in het zwembad. Ik tolk. Iedereen kijkt naar mij en Tonja.
7.05 De kinderen worden naar de douche geleid. Alle vaders en moeders trekken plastic blauwe overschoenhoesjes aan en lopen mee. Tonja ziet een meisje met hetzelfde rose badpak. Ze gaat pal voor dat meisje staan en kijkt haar stralend aan. Het meisje lacht verlegen terug. De douches gaan aan. Tonja’s badpak wordt donkerrose.
7.10 De juf komt de kinderen halen. Ik spreek haar aan en vertel haar de gebaren voor GOED, KNAP en MOOI. We hadden van te voren afgesproken dat ik niet bij de zwemles aanwezig zou zijn. Ze had al eens eerder een doof kind gehad en dat had geen moeilijkheden gegeven. Als er iets was zou ze me waarschuwen.
Ik wens Tonja veel plezier en geef haar over aan de zwemjuf. Het is de eerste keer dat ik haar achterlaat in een gezelschap waar niemand kan gebaren. Als kleine eendjes achter moedereend verdwijnt de groep in de ruimte van het kinderbad. De deur gaat dicht.
7.15 Ik loop terug naar de kleedkamer, trek mijn plastic overschoenen uit en loop naar de tribune bij het grote zwembad. Het is hier warm. Ik trek mijn trui uit. Ik vind het wel jammer dat er een grote zwemmat voor het raam bij het kinderbad staat. We kunnen niets zien.
7.30 Net als alle andere ouders loop ik terug naar de kleedkamer. Trek mijn overschoenen weer aan. Als een aankomstcomité wachten we bij de douches tot de deur van het kinderbad open gaat.
7.35 De deur van het kinderbad gaat open. Kindjes rennen naar buiten. Ah …daar een rose badpakje, ja Tonja, stralend komt ze naar buiten. Ik ben gerustgesteld. Dat zit wel goed.
De juf komt naar me toe en zegt dat het prima gaat. Ze doet gewoon na wat de anderen doen. Wat waren ook alweer die gebaren die u me net vertelde vraagt ze? Ik doe ze nogmaals voor.
De kinderen gaan douchen.
7.40 Terug in de kleedkamer. Ik help Tonja aankleden. En ouder spreekt me aan en zegt dat ze het zo knap vindt die gebarentaal. Ze ziet het wel eens op TV.
7.50 De meeste kinderen gaan gelijk door naar huis of school. Tonja en ik lopen naar de tribune. Tonja kijkt aandachtig naar de kinderen die al in het diepe zwemmen. Ik doe de hoorapparaten in. We eten onze boterhammen en drinken om de beurt uit de drinkbeker. We kletsen een beetje over het zwemmen. Tonja vertelt: <.WATER IK HOOFD ONDER KAN IK>, <KNAP!> Zeg ik.
8.10 uur. We moeten naar school. Natte haren onder de muts. Op de fiets.
8.20 We arriveren op school. Vol trots laat Tonja haar nieuwe zwemtas en badpak aan haar juf zien.
8.25 Ik fiets naar huis. Missie volbracht.

(column in Woord en Gebaar)

[terug]

Welke weg?

Toen we pas wisten dat Tonja doof was en ik me door de berg doveninformatie aan het heen lezen was bemerkte ik bij mezelf dat ik blij was dat Tonja doof was geboren en niet slechthorend. Als ze slechthorend was geweest zou ze tussen de horenden altijd op haar tenen moeten lopen wanneer ze geen gebarentaal zou leren zou ze tussen de doven ook niet echt op haar plaats zijn. Als dove zal het communiceren met horenden knap lastig worden maar tussen andere doven zal ze zich met haar gebarentaal vrij kunnen bewegen.
Toen we hoorden over de mogelijkheid van CI waren we het er vrij snel en zonder veel woorden over eens om bij Tonja geen CI te laten plaatsen. We wilden haar niet veranderen.
Echter nadat zowel mijn schoonmoeder als de mensen op het audiologisch centrum Zwolle meerdere malen hadden gevraagd waarom we dit zo hadden besloten en of we er niet nog eens goed over na moesten denken, sloeg de twijfel toe.
Jac en ik ieder op onze eigen wijze naarstig op zoek naar nieuwe, meer en andere informatie over CI. We haalden stukken van internet, voelden, dachten, twijfelden, we spraken met elkaar, met andere ouders en met volwassen doven. Die laatsten gaven allemaal aan blij te zijn zonder CI te zijn opgegroeid. Wanneer de mogelijkheid er zou zijn om alsnog voor CI te kiezen zouden ze dat niet doen. Jac hield een dagboek bij. (www.pedagogiek.net/data/902-20030813182106.doc) We vonden dat Tonja later recht had op onze verantwoording.
We probeerden de weg mét CI en de weg zonder CI voor Tonja zo ver mogelijk vooruit te denken.
De weg met CI zou leiden naar een bestaan van een soort van slechthorende volwassene. Onderweg zou ze een zware operatie moeten doorstaan, hopelijk zonder complicaties. Ze zou door een periode van training, ziekenhuiscontroles, misschien herinplantatie (hoeveel?) heen moeten. Ze zou natuurlijk ook goed gebarentaal moeten leren. Zou ze zich thuisvoelen en kunnen ontspannen tussen de horenden? Zouden wij als gezin kunnen opbrengen om tegen een slechthorend kind ook te blijven gebaren?
De weg zonder CI zou duidelijker en veiliger zijn in onze ogen. Geen zware operaties en geen afhankelijkheid van techniek. Één belangrijk aandachtspunt: Gebarentaal. Mooi en lastig.(voor ons) Ze zou opgroeien tot een dove volwassen vrouw. Daar waren er al meer van in Nederland en in de wereld. Ze zou er een hele familie bij krijgen: de dovengemeenschap. Hopelijk zou ze daar haar vrienden vinden Wij zouden er een ‘schoonfamilie’ bij krijgen. Hopelijk zou ze door middel van logopedie goed leren praten. Later zouden wij haar misschien nog mee kunnen helpen.
Toen na een maand ongeveer kwam er op een avond een nieuw moment van besluiten, ditmaal doorvoeld én doordacht. We hebben, vanuit ons perspectief, de beste keus gemaakt. Wanneer ik naar Tonja kijk denk ik dat ze op de goede weg zit. Tonja is een blij, vrij en initiatiefrijk en fantasierijk kind. Ze praat nog niet maar gebaart als een tierelier. Ze zit in Zwolle op de Enkschool in een klasje met 6 andere kinderen allemaal zonder CI. Uniek in Nederland, want de meeste kinderen van haar leeftijd zijn wel geïmplanteerd. Volop gebarentaal voor Tonja dus….maar hoe lang nog gezien de huidige ontwikkelingen in het dovenonderwijs? Het zou zo jammer zijn als de 2 talige-methode door de komst van de CI zou verworden tot een vaag mengsel van Nederlands en NmG. Mijn mening is dat een gedegen gebarentaalbasis Tonja’s leven zoveel meer begrip, verrijking en houvast zal geven.
Tonja deed laatst en vragen rondje aan tafel. Ze vroeg aan ieder van ons: JIJ GEBAREN LEUK? Pepijn zei: GAAT WEL. Melchior antwoordde. NEE, NIET LEUK. Jac zei: LEUK, MAAR MOEILIJK. Ik antwoordde: LEUK, MOOI OOK MOEILIJK BEETJE.
We hebben Tonja niet laten veranderen. Tonja laat ons wel veranderen. Leuk of niet.

(Column in Woord en Gebaar)

[terug]

Zeemeerminnen en paarden

Op de muur van Tonja’s kamer rukt gestaag een kudde paardenposters op. Tot voor kort hingen er alleen prinsessen en educatieve plaatjes met woorden die ik voor haar had opgehangen. Tonja’s interesses zijn aan het veranderen en ze heeft opgeruimd. Ook de inrichting van haar kamertje hebben we omgegooid deze zomer. Pappa heeft haar vreselijke piepbed verzaagd tot een laag en stil model. Maandenlang werd ons hele gezin, Tonja uitgezonderd, gewekt wanneer Tonja zich ’s morgens voor het eerst omdraaide in haar bed. Piiiiep, kraaaaak! Deze kwelling is nu gelukkig voorbij. Tonja was erg opgewonden toen haar kamer ontruimd moest. Een dag van te voren had ze een hele doos spullen verzameld met dingen die ze niet meer wilde op haar nieuwe kamer. GEVEN VERJAARDAG ANDERE KINDEREN OF VERKOPEN KONINGINNEMARKT, gebaarde Tonja. Toen ik haar prullenbak leegde kon ik nog net de mondharmonica, een stuk ijzer met gaten, onderscheppen.
Tonja heeft al haar spulletjes, doosjes, kammetjes enz met prinsessen erop opgeruimd. Ook mijn pedagogische abc posters wil ze niet meer. Tonja’s dierbaarste bezit op dit moment is een hoefijzer, gekregen van haar grote voorbeeld: een paardenmeisje uit onze kennissenkring. In de kiosk en bij Albert Heijn weet ze feilloos de pony- en paardentijdschriften te vinden. Tonja tekende een prinses naast een paard. Er komt een wolkje uit de mond van de prinses. In dat wolkje schreef ze: ‘paard nee’. Ik vroeg BEDOEL WAT? PAARD NEE? PAARD MAG NIET VRIJ, MOET HEK OMHEEN legt Tonja uit. Ooh, FAN…(vandaar…)
De MEISJE-VIS, zo gebaart Tonja zeemeermin, een wezen dat al langere tijd Tonja’s bijzondere belangstelling heeft, mag blijven. Het kleine vilten zeemeerminnetje krijgt een ereplaatsje op de plank voor haar raam. Toen we deze vakantie over de Zeelandbrug reden en 5 kilometer lang over een eindeloze zee konden turen, vroeg ze of in dit water de MEISJES-VISSEN woonden. ‘Ik weet het niet’ antwoordde ik. ‘Het zou kunnen’.
Gisteren in bad zei ze dat ze dacht te weten hoe zeermeerminnen met elkaar praten. Met haar mond net onder het wateroppervlak borrelde ze MAMABRAMA, PABRAPA. Ze straalde alsof ze iets heel knaps en interessants ontdekt had. Of ik het hoorde en of zeemeerminnen zo klonken vroeg ze me.’Het zou kunnen…, ik heb nog nooit zeemeerminnen horen praten’ antwoordde ik naar waarheid. Vervolgens klemde ze haar benen samen, gooide haar hoofd achterover en dartelde zo-zeemeermin-mogelijk heen en weer in bad. Ik moet denken aan het sprookje van de kleine zeemeermin die niet meer mocht praten nadat ze haar staart had ingeruild voor benen. Even later zag ik haar in bad met haar hoofd onder water en haar telhand erboven. 18,19….20. Een bizar gezicht. Rood aangelopen en trots en naar adem snakkend kwam ze boven water. IK KNAP…, TOT 20! VRESELIJK KNAP, bevestig ik.
Als Pepijn na een paar dagen logeren thuiskomt laat Tonja haar nieuwe kamer aan Pepijn zien. MOOI gebaart Pepijn. JIJ VOETBAL HOUDEN VAN? JA, zegt Pepijn. IK PAARDEN HOUDEN VAN, ze wijst naar haar posters. MOOI gebaart Pepijn. Vervolgens lopen ze samen naar Pepijns kamer. Hij laat haar zijn voetbalspullen die hij op de open dag van PSV heeft gekregen zien en wijst naar zijn voetbalposters. MOOI gebaart Tonja.
Een nieuwe kamer, een nieuw schooljaar en Tonja wordt begin september zeven. Voor haar verjaardag wil ze graag een paard…

(Column in Woord en Gebaar)

[terug]